Vervolg (9)
Het is nu aftellen
Zij is de rust zelve
Wij de zwakke
zij de sterke
Paniek schiet door mijn hoofd
Ik voel De Leegte al knagen
Hij is niet van plan me los te laten
Soms is ze wakker, maar praten gaan nauwelijks
Hand in hand zitten we
starend in elkaars ogen
te wachten.
Te wachten op de dood.
Vervolg (6)
De arts komt binnen.
Hij kijkt heel serieus en krabt nerveus aan zijn neus.
“Laat de executie maar beginnen” zegt ze
De klap komt hard in het hart
Er is niets meer te doen, niets meer te geven
Het is een kwestie van tijd, het leven.
Ik hap naar adem, zie haar vragen maar hoor niets.
De dood suist door mijn oren.
Ik wil het niet horen maar het is te luid
de vraag der vragen, hij moet eruit:
“hoe lang nog, dokter. Hoe lang nog?”
Vervolg (7)
We hebben weer een staarmoment
want woorden zijn niet toereikend.
Brokken slik ik weg
zijlings naar haar kijkend.
Het besef haar te verliezen - ik blok het, ik haat het maar er valt niets te kiezen.
Ze mag naar huis
Dat dan weer wel
Enig nadeel, de dood volgt snel.
Ze is zwak en wil getild worden.
Haar ribben priemen naar voren terwijl ik haar zachtjes op bed leg bij het raam, waar ze de vogels kan horen
“ik doe mijn ogen even dicht hoor, ik moet gewoon even rusten” zegt ze trillend
terwijl haar ogen dichtvallen valt mijn traan op haar kussen
van binnen gillend, mijn gedachte naar haar sterven
op de achtergrond de mussen
leg ik mijn hoofd naast het hare en laat onze dromen de dag erven.
Vervolg (8)
De dagen vliegen langzaam voorbij
We lezen en praten drinken koffie,
koekje erbij
Vrienden komen en gaan
doorgaans storten ze in bij vertrek
Want ook zij weten, dit is de laatste keer
levend zie ik haar nooit meer.
Vervolg (5)
De angst kruipt weer omhoog.
De klok in de gang tikt zachtjes de tijd weg.
Ze ligt nu op een kamer met nog vier anderen
We delen een gevulde koek
“Morgen krijgen we de uitslag”, fluistert ze
“Dat komt wel goed”, hoor ik mezelf zeggen
maar de angst is doorgedrongen tot het diepste van mijn ziel en ik voel de spanning trillen in al mijn spieren.
nog één nacht, nog één nacht…
Vervolg (4)
Het gaat niet beter
slecht is relatief
Ik neem haar mee naar buiten
tiefend op de zware rolstoel
ze lacht lief
De dood houdt ze te vriend opdat hij haar wat tijd gunt
Haar haren wapperen dapper
fier snuift ze de buitenlucht op
zelden was ze knapper dus mijn angsten zet ik stop.
Vervolg (1)
eenmaal aangekomen in het bos versnelde haar pas in een soort draf
ze genoot
haar haren wapperde los
maar plots hield ze in alsof ze zich bedacht en langzaam kwam ze op me af
Die twinkeling in haar ogen
ik kon haar niet loslaten en zij sloot zich in mijn armen.
Vervolg (2)
Ik voel het al
Ze komt naar me toe maar hoeft eigenlijk niets te zeggen
maar toch, het voelt als een overval
Dat knagende gevoel was er al dagen alsof ik erop voorbereid werd.
Ik wist het, maar durf de vraag niet te vragen.
Ze bijt op haar lip
Tranen branden in onze ogen
in de hare lees ik paniek
Ten slotte bevestigd ze mijn angst ze is ziek, heel heel ziek
Vervolg (3)
Het leven strompelt verder
sleurt zich door de dag
quasi nonchalant doen we alsof er niets aan de hand is
Ze is afgevallen
Leeg staart ze uit het raam,
de leegte staart terug.
Zachtjes aai ik over haar rug voel haar puntige schouderbladen
een lichte rilling schudt haar wakker
Droevig weer he? fluistert ze.
Intro verhaal (experiment)
de lucht is geklaard zo sprak ze
Behoedzaam gleed ze in haar laarzen en hupste naar buiten
Het was een natte dag in maart
eigenlijk zo’n binnen-zit-dag
de regen tikkend tegen de ruiten maar buitenlucht is ook gezond.
En zo stonden we zodra de regen er genoeg van had al buiten op het grindpad
En natuurlijk kon ze het niet laten even plagend stampen om vervolgens giechelend weg te rennen …
Dit was een experiment. Laat me weten wat je ervan vond! Laat een reactie achter. - IR